Zelfvertrouwen

Elk kind dat wordt geboren, heeft een bepaalde aanleg. De een komt verlegen ter wereld en de ander is een geboren brutaaltje.
Alle ouders hopen dat hun baby zal uitgroeien tot een vrolijk en vrij kind. Tot een kleuter die vol zelfvertrouwen de basisschool binnen stapt.
Het leuke is dat je daar zelf een behoorlijke bijdrage in kunt leveren. Als ouders heb je invloed op het ego van je kind. Niet dat je van een angsthaasje een zelfverzekerde kerel kunt maken, want dat is een illusie.

Zelfvertrouwen heeft te maken met je positieve zelfbeeld. Zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld hebben invloed op het gedrag van een kind maar ook op het vermogen zelfstandig bepaalde problemen op te lossen.
Zelfvertrouwen is een belangrijke eigenschap om het leven beheersbaar te houden. Daarom is het belangrijk dat opvoeders het zelfvertrouwen van kinderen stimuleren.
Zelfvertrouwen wordt ontwikkeld doordat een kind ontdekt wat het goed kan en doordat het van anderen hoort waar hij of zij goed in is. Het is belangrijk dat kinderen verteld wordt dat ze goed zijn in sport of goed zijn in vriendschappen of leuke stukjes voor de schoolkrant kunnen schrijven, enz. Ieder kind kan wel iets goed!
Als het kind merkt dat men het dom of sloom vindt, zal het zich op den duur ook zo gaan gedragen. Het ontwikkelt dan geen zelfvertrouwen.

Soms denken de opvoeders dat het beter is kinderen op hun fouten te wijzen en dat ze daarvan leren. Het is juist andersom, door kinderen veel complimenten te geven ontwikkelt een kind zich positief.
Er zijn omstandigheden die het zelfvertrouwen ondermijnen, zoals een onevenwichtig opvoe­dingsklimaat, een onveilige woonomgeving, schokkende gebeurtenissen, onveilige sociale contacten en te weinig hulp.

Toch zien alle ouders graag dat hun kinderen opgroeien tot zelfstandige mensen die keuzes kunnen maken en beslissingen kunnen nemen. Daarvoor hebben kinderen vertrouwen nodig in zich zelf, ze moeten leren wat ze aan kunnen, zelf kunnen inschatten wat (nog) te moeilijk of te gevaarlijk is. Ouders en opvoeders kunnen hun kinderen daarbij van jongs af aan helpen.

Tips.
Geef je kind complimentjes. Er zijn veel manieren om te laten merken dat kinderen iets goed doen. Een knipoog kan al een complimentje zijn, een kus, een aai over hun bol, een enthousias­te opmerking.

Geef kinderen ruimte, laat hen zelf iets ondernemen. Soms geef je ze te veel vrijheid. Dan is het beter om een volgende keer duidelijker aan te geven wat de grenzen zijn.

Stel niet te hoge eisen aan het kind. Elk kind leert in stapjes om te lezen, schrijven of puzzelen. Als de stappen te groot zijn, kan je kind het gevoel krijgen dat het helemaal niets meer kan. Soms heeft je kind jouw hulp nodig om een volgende stap te doen.

Laat je kind keuzes maken. Je kunt je kind helpen bij het kiezen door op de gevolgen te wijzen: met een dikke trui heb je het warm in de klas; als je nu geen huiswerk maakt, kun je straks geen televisie kijken of als je kiest voor snoep van je zakgeld kun je niet sparen voor een mp3-speler.

Houd rekening met de leeftijd van je kind. Hoe ouder je kind, hoe meer verantwoordelijkheid je het kan geven. Maar ook jongere kinderen kunnen al heel wat aan. Al moeten ze soms `vechten` om de kans te krijgen, met een ouder broertje of zusje!
Let goed op wat je kind zelf aan geeft dat het aan kan. Als je het nog niet vertrouwt of denkt dat je kind situaties nog niet kan overzien, pak het dan in stappen aan. Bijvoorbeeld: de eerste twee keer fiets ik nog met je mee, daarna nog de gevaarlijke oversteek samen. Als dat goed gaat, geef je kind dan echt je vertrouwen.

Als je vindt dat je kind iets niet goed doet, geef je kritiek dan zo precies mogelijk aan. Vertel wat hij of zij niet goed doet en waarom. Het helpt als je ideeën geeft hoe je kind het beter aan zou kunnen pakken.

Een beetje spanning hoort erbij als kinderen iets alleen moeten doen. Het gevoel van opluch­ting en trots na afloop als het toch is gelukt, is dan groot. Dat zorgt dat je kind meer vertrou­wen in zichzelf krijgt: ik kan het best wel! En een volgende keer zal hij of zij met meer zelfver­trouwen een taak aanpakken.

Zo krijgt je kind een positief idee over zichzelf: dit kan ik aan, hier durf ik aan te beginnen, dit kan ik best.

Zelfvertrouwen maakt kinderen weerbaar en minder afhankelijk van het oordeel van anderen.
Zelfvertrouwen geeft ze moed voor hun eigen mening uit te komen, initiatief te tonen en aan nieuwe dingen te beginnen, of het nu een tekening is of een nieuw soort rekensom.
Zo is het hebben van zelfvertrouwen niet alleen belangrijk voor het geestelijk welzijn,dus het geluk van kinderen, maar ook de schoolprestaties worden er door beïnvloed.

Als je nog vragen hebt en wilt weten hoe om te gaan met je kind en zelfvertrouwen, kom dan een keer langs het Centrum Jeugd & Gezin




meer tweets
algemene ontwikkeling
veel gestelde vragen
links
algemene ontwikkeling
veel gestelde vragen
links
algemene ontwikkeling
veel gestelde vragen
links
algemene ontwikkeling
veel gestelde vragen
links
ons aanbod:cursussenlezingenboeken en thema'sspreekuurstel uw vraaglinks organisatiesover onshome en nieuwsbriefberoepskrachten
0 tot 4 jaar4 tot 12 jaar12 jaar en ouder

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Ouderschapsbelofte
Wij, jouw ouders, we beloven Over het verlangen om samen te blijven, over de gevolgen vane en scheiding voor je kind en de betekenis van de ouderschapsbelofte in goede en in slechte tijden.

Centrum Jeugd & Gezin Maasland
Schadewijkstraat 6
5348 BC Oss
088-3742526
info@centrumjeugdengezin-maasland.nl