In dit artikel wil ik, Fatma Engin, graag schrijven over zelfvertrouwen.
Daarnaast wil ik wat tips en informatiemogelijkheden aangeven.
Elk kind dat wordt geboren, heeft een bepaalde aanleg. De een komt verlegen ter wereld en de ander is een geboren brutaaltje.
Alle ouders hopen dat hun baby zal uitgroeien tot een vrolijk en vrij kind. Tot een kleuter die vol zelfvertrouwen de basisschool binnen stapt.
Het leuke is daar kun je zelf een behoorlijke bijdrage inleveren. Als ouders heb je invloed op het ego van je kind. Niet dat je van een angsthaasje een zelfverzekerde kerel kunt maken, want dat is een illusie.
Zelfvertrouwen heeft te maken met je positieve zelfbeeld. Zelf vertrouwen en een positief zelfbeeld hebben invloed op het gedrag van een kind maar ook op het vermogen zelfstandig bepaalde problemen op te lossen.
Zelfvertrouwen is een belangrijke eigenschap om het leven beheersbaar te houden. Daarom is het belangrijk dat opvoeders het zelfvertrouwen van kinderen stimuleren.
Zelfvertrouwen wordt ontwikkeld doordat een kind ontdekt wat het goed kan en doordat het van anderen hoort waar hij of zij goed in is. Het is belangrijk dat kinderen verteld wordt dat ze goed zijn in sport of goed zijn in vriendschappen of leuke stukjes voor de schoolkrant kunnen schrijven, enz. Ieder kind kan wel iets goed!
Als het kind merkt dat men het dom of sloom vindt, zal het zich op den duur ook zo gaan gedragen. Het ontwikkelt dan geen zelfvertrouwen.
Soms denken de opvoeders dat het beter is kinderen op hun fouten te wijzen en dat ze daarvan leren. Het is juist andersom, door kinderen veel complimenten te geven ontwikkelt een kind zich positief.
Er zijn omstandigheden die het zelfvertrouwen ondermijnen, zoals een onevenwichtig opvoedingsklimaat, een onveilige woonomgeving, schokkende gebeurtenissen, onveilige sociale contacten en te weinig hulp.
Toch:
Alle ouders zien graag dat hun kinderen opgroeien tot zelfstandige mensen die keuzen kunnen maken en beslissingen kunnen nemen. Daarvoor hebben kinderen vertrouwen nodig in zich zelf, ze moeten leren wat ze aan kunnen, zelf kunnen inschatten wat(nog) te moeilijk of te gevaarlijk is. Ouders en opvoeders kunnen hun kinderen daarbij van jongs af aan helpen.
Tips.
Geef je kind complimentjes. Er zijn veel manieren om te laten merken dat kinderen iets goed doen. Een knipoog kan al een complimentje zijn, een kus, een aai over hun bol, een enthousiaste opmerking.
Geef kinderen ruimte, laat hen zelf iets ondernemen. Het kan soms wat te veel vrijheid zijn, dan is het beter om een volgende keer duidelijker aan te geven wat de grenzen zijn.
Stel niet te hoge eisen aan het kind. Elk kind leert in stapjes om te lezen, schrijven of puzzelen. Als de stappen te groot zijn, kan je kind het gevoel krijgen dat het helemaal niets meer kan. Soms heeft je kind jouw hulp nodig om een volgende stap te doen.
Laat je kind keuzes maken. Je kunt je kind helpen bij het kiezen door op de gevolgen te wijzen: met een dikke trui heb je het warm in de klas; als je nu geen huiswerk maakt, kun je straks geen televisie kijken of als je kiest voor snoep van je zakgeld kun je niet sparen voor een walkman.
Houd rekening met de leeftijd van je kind. Hoe ouder je kind, hoe meer verantwoordelijkheid je het kan geven. Maar ook jongere kinderen kunnen al heel wat aan. Al moeten ze soms `vechten` om de kans te krijgen met een ouder broertje of zusje!
Let goed op wat je kind zelf aangeeft dat het aankan. Als je het nog niet vertrouwt of denkt dat je kind situaties nog niet kan overzien, pak het dan in stappen aan. Bijvoorbeeld: de eerste twee keer fiets ik nog met je mee, daarna nog de gevaarlijke oversteek samen. Als dat goed gaat, geef je kind dan echt je vertrouwen.
Als je vindt dat je kind iets niet goed doet, geef je kritiek dan zo precies mogelijk aan. Vertel wat hij of zij niet goed doet en waarom. Het helpt als je ideeën geeft hoe je kind het beter aan zou kunnen pakken.
Een beetje spanning hoort erbij als kinderen iets alleen moeten doen. Het gevoel van opluchting en trots na afloop als het toch is gelukt, is dan groot. Dat zorgt dat je kind meer vertrouwen in zichzelf krijgt: ik kan het best wel! En een volgende keer zal hij of zij met meer zelfvertrouwen een taak aanpakken.
Zo krijgt je kind een positief idee over zichzelf: dit kan ik aan, hier durf ik aan te beginnen, dit kan ik best.
Zelfvertrouwen maakt kinderen weerbaar en minder afhankelijk van het oordeel van anderen.
Zelfvertrouwen geeft ze moed voor hun eigen mening uit te komen, initiatief te tonen en aan nieuwe dingen te beginnen(of het nu een tekening is of een nieuw type rekensom).
Zo is het hebben van zelfvertrouwen niet alleen belangrijk voor het geestelijk welzijn,(dus het geluk van kinderen) maar ook de schoolprestaties worden er door beïnvloed
Als je nog vragen hebt en wilt weten hoe om te gaan met je kind en zelfvertrouwen, kom dan een keer langs het Centrum Jeugd & Gezin